De meest voorkomende redenen die tot uitstel leiden:
- Onvoldoende kijken
- Spiegelgebruik vergeten
- Dode hoek niet controleren
- Te laat of oppervlakkig kijken aan kruispunten
- Fietsers of voetgangers missen
Dit is waarschijnlijk de grootste oorzaak van falen.
- Slechte voorrangssituaties
- Voorrang van rechts missen
- Twijfelen aan rotondes
- Te voorzichtig stoppen waar het niet nodig is
- Of net te assertief invoegen
- Snelheid niet aanpassen
- Te traag rijden uit onzekerheid
- Of te snel in zones 30/50
- Geen aangepaste snelheid bij regen, bochten of druk verkeer
Examinatoren verwachten “vlot maar veilig” rijden.
- Positionering op de weg
- Slecht voorsorteren
- Te dicht tegen geparkeerde auto's rijden
- Bochten verkeerd aansnijden
- Rijstrook niet goed houden
- Manoeuvres
Vooral:
- parkeren
- keren
- achteruitrijden
Niet perfectie is belangrijk, maar controle en veiligheid.
- Stress en paniekreacties
Veel kandidaten kunnen eigenlijk rijden, maar:
- vergeten richtingaanwijzers
- slaan af op het verkeerde moment
- blokkeren na een kleine fout
- raken onzeker door stilte van de examinator
Een kleine fout is meestal niet fataal; gevaarlijk gedrag wel.
- Verkeersborden of markeringen missen
- verboden richting
- busstroken
- stopstrepen
- zonewissels
- Koppeling en controle van de wagen
Bij handgeschakeld:
- motor laten afslaan
- slecht vertrekken op helling
- verkeerde versnelling kiezen
Dat alleen betekent meestal niet automatisch buizen, tenzij het herhaaldelijk gebeurt.
Waar examinatoren vooral op letten:
- Kijkgedrag
- Veiligheid
- Anticipatie
- Rustig beslissingen nemen
- Zelfstandig rijden
Perfect rijden verwachten ze niet.
Een nuttige vuistregel:
Als andere weggebruikers moeten remmen of uitwijken door jouw actie, zit je meestal in de gevarenzone voor een onvoldoende.